Een kroeg als koninkrijk
Door: Riekje Renes
Feico Sobel is, nog geen dertig jaar, al een gelauwerde regisseur. Hij ontving bij zijn afstuderen als regisseur in 2002 aan de Toneelacademie in Maastricht de Henriette Hustinxprijs ter ondersteuning van jonge talentvolle theater -makers. Zijn afstudeerproject De presidentes van Werner Schwab won de Arend Hauerprijs op het landelijk amateur-festival. Zijn eerste Imperium -productie Caligula (mei 2005) won de Kees Visserprijs. Hij werkt vooral met professionele gezelschappen o.a. Het huis van Bourgondië.
Waarom dit stuk en waar gaat het over?
Het is een onderwerp wat mij zelf interesseert. Het
heeft drie speerpunten: sterven, alcohol en het
Nederlandse lied. Het stuk van Ionesco is mijn
uitgangspunt. Veel van zijn teksten zijn er in verwerkt.
Het proces is hetzelfde. Kenners zouden het herkennen.
Toch wijkt het af van het oorspronkelijke stuk. Alleen
de koning en zijn vriendin Marie zijn daaruit
overgebleven. Bij Ionesco is het sterven van de koning
verbeeld in de ondergang van het koninkrijk. Het
koninkrijk is hier een kroeg. De koning slijt zijn leven
aan de bar. Vooral de koning gaat ten onder. Alles is
doordrenkt in alcoholsymptomen. Daar lijkt de
Nederlandse cultuur ook aan ten onder te gaan. Ik wilde
een verhaal maken over die drie speerpunten. Je weet
nooit zeker wat je wilt bereiken. Het publiek mag er
inleggen wat het ervaart.
Ionesco wordt een absurdist genoemd. Is jouw
productie dat ook?
Ik zou niet weten hoe je absurdisme moet omschrijven. De
voorstelling heeft bevreemdende elementen. Het zaait
verwarring. Het is ook rechttoe rechtaan. Het is een
zwarte komedie, teksttoneel gebracht als muziektheater.
De liedteksten zijn van belang. Wat gezongen wordt doet
ertoe. We gebruiken de originele teksten van o.a.
Willeke Alberti, Maarten van Rozendaal en Raymond van
het Groenewoud. De liedjes zijn monologen maar dan
gezongen. Daarnaast hebben ze de functie van entr'acte,
ze vormen de overgang naar een nieuwe scène. Of de
speler treedt er mee op. Ik gebruik de liederen als
theatraal middel en vorm van spel. Het zingen is niet
alleen leuk, de bedoeling is veel meer. Ik heb de
voorstelling rond de liedjes gemaakt. Daarnaast is er
veel stille improvisatie. Voor de vormgeving werd ik
geïnspireerd door het schilderij van Edward Hoppe Drie
mensen aan de bar.
Hoe is bij jou de verhouding tussen vormgeving en
tekst?
Ik werk van inhoud naar vorm. Het idee is altijd talig.
De vormgeving is in de eerste plaats muziek. Ik heb de
liedjes met zorg gekozen om hun tekst. Van daar komen er
plaatjes bij. Die moeten ondersteunen niet overheersen.
Er moet evenwicht zijn. Ik wil hier een realistisch
decor. Zoals je het zou kunnen aantreffen. Zo'n
afbraakcafé met een jaren vijftig sfeer. Het bestaat
nog steeds. Ga maar eens kijken in Eigenzorg, tegenover
het station in Leiden. Het publiek zit achter de bar en
kijkt over de schouder van de barman naar de stamgasten.
Wat zoek je op een auditie bij je spelers?
LEF! Mensen die zichzelf er zonder voorbehoud op volle
kracht instorten. Misschien lelijk maar overtuigd. Dat
kan je later bijschaven. Ook het zingen mag lelijk als
het maar op volle kracht met overtuiging gebeurt. Dan
gaat het iets betekenen.
Ik vind Imperium een bijzonder hechte club met noeste werkers. Je krijgt er een bijna professionele ondersteuning.