Een stuk met veel vrouwen

Door Riekje Renes

Stephan W. Zeedijk is voor Imperium geen onbekende. In mei 2002 bracht hij Leedvermaak van Judith Herzberg. In mei 2004 zette hij Edwaar the King en Risjaar Modderfokker den Derde, koningsdrama’s van Shakespeare in gangsta-rap, plat Vlaams en ritmisch Nederlandse vertaling van Tom Lanoye op de planken. In februari was Disco Pigs een verrassende voorstelling van zijn eigen Festes Theater in Imperium te zien. Nu werkt hij met zeven vrouwen en één man hard aan Het eiland van onze verboden dromen.

Imperium is voor hem vertrouwd als ik voor de monologenrepetitie in de bar een gesprek met hem voer. Hij vertelt enthousiast over zijn theaterloopbaan en de inhoud van het komende stuk.

Wie is Stephan?
Op de Pedagogische Academie, waar hij in eerste instantie meer naar toe was gegaan door zijn vrienden dan voor de opleiding, genoot hij van de dramalessen. Met zijn klasgenoten maakte hij veel voorstellingen, die op scholen gespeeld werden. Ze richtten na de opleiding een kindertheatergroep op. Hij besefte toen dat theatermaken bij hem hoorde en het enige was wat hij wilde. Hij deed daarom de vooropleiding voor de toneelschool. Daar kwam hij er achter dat hij regisseren leuker vond dan zelf acteren. Dus maakte hij de overstap naar de regieopleiding.

Na de voltooiing van de regieopleiding richtte hij met studiegenoten het Festes Theater op. Daar konden ze hun ei kwijt met eigen spelers en eigen stukken. Soms 2 a 3 per jaar, soms even niets. Eén daarvan Niemandsland werd geselecteerd voor het landelijke amateur-circuit. Het werd ook in Imperium gespeeld. Binnenkort gaat het in reprise in Maastricht. Bij de SKVR (Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam) geeft hij 2 avonden per week les. O.a. een door hem opgezette Intensieve Speltraining, waar je een jaar lang werkt met gevorderde spelers aan je eigen ontwikkeling als speler. Ook produceert hij jaarlijks een stuk bij Drift in Delft. Een groep met een vaste kern, waar hij wel audities houdt. Deze zomer maakt hij locatietheater in La Colina. Daar worden in een oude pastorie creatieve zomercursussen voor Nederlanders gegeven. Buitenkunst in de Pyreneeën.(www.lacolina.nl voor wie nog een vakantiebestemming zoekt)

Waarom is je keus op dit stuk gevallen?
Ik wilde een stuk met veel vrouwen maken. Bij Imperium is daar gelegenheid voor en ook vraag naar. Ooit had ik bij de Slegte het boek John Dollar van Marianne Wiggins gekocht. Over een groep schoolmeisjes van 4 tot 13 jaar uit Birma in 1918. Ze worden op een vaartochtje met hun lerares door een tsunami overvallen en spoelen aan op een onbewoond eiland. Met mijn klasgenoten heb ik daar 14 jaar geleden een stuk van gemaakt. Ik heb het nu opnieuw bewerkt.

Waar draait het om?
Om opgroeien en de verwachtingen van het leven. Er moet een nieuwe manier van leven gevonden, een nieuwe rangorde opgebouwd worden. Alles, wat ze tot nog toe geleerd hebben, blijkt nutteloos. Het is een soort Lord of the Flies met jonge meisjes. Het begint met monologen over de dag van vertrek. Daardoor hoor je hun verschillende achtergronden, die ook het leven op het eiland bepalen. Toch wordt het niet te statisch. De verhalen worden krachtig vanuit hun persoon verteld, zodat het publiek met hen kan meeleven. De dialogen en de sfeer van het eiland maken het leuk en speels. De oorspronkelijk lieve meisjes worden gek en gemeen.

Wat wil je laten zien?
Het publiek moet geraakt worden, de situatie aanvoelen. Op een tegelijk realistische als surrealistische manier wil ik situaties uit het dagelijkse leven in extremen laten zien. Ook de sfeer tonen van Engelse meisjes met kolonialistische ouders in Birma anno 1918. De vele verhaallijnen uit de roman moeten ook op het toneel goed te volgen en duidelijk zijn in de combinatie van beeld, monologen en dialogen.

Is tekst of vormgeving belangrijker?
Half om half, fifty-fifty. De vormgeving is belangrijk bij dit stuk. Mooie beelden van de situatie waarin de personages terecht zijn gekomen. Met vorm kan je tonen wat met woorden soms niet te zeggen is. De combinatie van vorm met tekst kan woorden overbodig maken. Ik houd van mooie taal, maar kan ook goed schrappen. Dat heb ik in de monologen gedaan. Van te voren heb ik nog geen vast beeld. Het is een wordingsproces. Al repeterend ontstaat het geheel van spelers, decor en vorm.

Hoe regisseer je?
Ik ga niet lang lezen en woordje voor woordje uitpluizen. Spelers krijgen de ruimte voor eigen inbreng om hun rol in te vullen. Een rustige opbouw, waarin ik het liefst ongemerkt stuur naar de goede emotie. Het is interessant wat spelers zelf laten zien. Dat probeer ik uit te lokken en extremer te maken. Soms krijgen spelers een beter kijk op hun eigen rol door het spel van de anderen. Het maakproces vind ik het leukst van een productie. Als alles zijn plaats krijgt in het hoofd en het hart van de spelers.

Is er een rode draad in je stukken?
Een Joodse bruiloft, een koningsdrama van Shakespeare, de liefde van Zwijn en Zeug en aangespoelde meisjes lijken misschien wel heel verschillend. Maar overal zit tragiek in. Daar zoek ik steeds naar. En poëtische taal, daar houd ik van. Ik ben niet zo dol op stukken in alleen spreektaal.

Welke kwaliteiten zoek je in spelers op een auditie?
Spelers moeten open zijn en niet bang om wat te laten zien. Ik kijk ook hoe ze aanwijzingen oppakken. Maar ik zoek vooral de specifieke personages uit mijn stuk. Daarom wil ik met de teksten aan het werk en niet alleen met improvisatie. De samenstelling van de spelers moet een goed werkbare groep geven. Door de Lustrum burn-out viel er dit keer niet zoveel te kiezen. Meer keuze is prettig, maar nu hoef ik niemand teleur te stellen. Ik heb toch een goede groep bij elkaar gekregen. Met oude bekenden, dan ben je al een stap verder. Met nieuwe mensen werken vind ik ook leuk. Mensen met weinig spelervaring kunnen verrassen.

Hoe vind je het werken in Imperium?
Dit wordt het derde stuk dat ik hier breng. Het werken gaat soepel en is zo gestroomlijnd door de productiebegeleiding. Agaath regelt alles voor mij. Ook Decor, PR en Techniek zijn een grote steun. Dat spaart veel tijd. Bij Festes moet ik veel zelf doen. Ik kan me nu volledig op de regie richten. Het is ook fijn dat er acht keer op de zelfde locatie wordt gespeeld. Er ontstaat altijd groei door veel te spelen.