Spelen met je zelf als basis

Door Riekje Renes

Jan Joost Aten is in Imperium geen onbekende. Zijn vertolking van Edwaar the King, Caligula en de pianist in De Koning Sterft maakten grote indruk. Zijn muzikale talenten bleken bij Making L. Verder zagen we hem in de adhoc producties Zullen we het Liefde noemen en Onder Mannen. Beide producties haalden de Engelenbak. Zijn eerste schreden op het regiepad zette hij met de adhoc Twee Vrouwtjes. Nu brengt hij in een officiële Imperium productie Gras van Esther Gerritsen op de planken.

Zijn belangstelling voor theater begon rond zijn 15e jaar in de derde klas van de middelbare school. Hij speelde mee in stukken o.a. The Beggars Opera en was op toneelgebied zeer actief. De leraar Engels opende een wereld en verbreedde zijn kijk op theater door met zijn leerlingen in een bus naar de Appel te gaan. Büchner’s Danton ’s Dood en Goldoni’s Trilogie van een zomerverblijf zijn hem zeer bij gebleven.
In zijn studietijd raakte de belangstelling voor  theater op de achtergrond en sneeuwde door andere interesses wat onder. Eenmaal afgestudeerd en wat meer vrije tijd hebbend meldde hij zich bij Imperium. De adrenaline van het spelen stroomde weer door zijn aderen.
Hij deed auditie en werd aangenomen op de driejarige parttime opleiding van de Lucas Borkel acteurschool. Daar werd hij meegezogen door de radarwerking van theater. Zien wat er bij acteren wel en niet werkt, en de techniek leren om dat beheersbaar te maken.

Wat is volgens jou de kern van theater maken?
Acteurs moeten spelen met zichzelf als basis. Het personage is het mooist als het natuurlijk overkomt. Het moet echt zijn, ergens vandaan komen. Het moet logisch zijn, wat ze staan te doen. Je moet een illusie creëren, die klopt. Het uit jezelf spelen maakt ieder speler dus anders en uniek.

Wat deed je besluiten ook te regisseren?
Het was niet echt een besluit. Meer een experiment. Laurike wilde met haar vriendin Kickan een eenakter maken en vroeg me haar daarbij te helpen. Door de opleiding had ik een duidelijker mening gevormd over wat ik wel en wat niet mooi vond in het theater. Ik dacht, als ik weet hoe dingen niet moeten, wil ik wel eens experimenteren hoe het wel moet. Ik ging kijken of het zou lukken om samen iets te maken. Het was een heel leuk proces, en ik ben trots op wat het is geworden. Regisseren smaakte naar meer.

Wat doe je liever spelen of regisseren?
Ik doe het allebei graag. Spelen blijf ik doen. Jules, Laurens en ik hebben na Onder Mannen het plan om weer iets te gaan maken. En in Den Haag ga ik misschien in een project van Mirjam Douma spelen. Maar het is ook heerlijk om als regisseur iets te maken. Als iets zich onder je handen vormt als bij boetseren. Ik wil het allebei blijven doen.

Wil je van theater je beroep maken?

Het is intussen de hobby voorbij. Ik wil het zoveel mogelijk doen. Ik verdien er ook wat geld mee. Met trainingsacteren bij assessments en psychologische workshops. Maar er is zo’n overvloed aan acteurs en het wordt zo slecht betaald dat ik nog drie dagen mijn baan bij journalistiek bureau Maters en Hermsen aanhoud. Daarnaast schrijf ik voor regionale kranten en vertaal ik Engelse scripts van kinderseries voor het inspreken door Nederlandse acteurs.

Wat bepaald de keuze van je stukken?
Ik houd van stukken met menselijke thema’s en over vragen uit mijn leven. Stukken die vragen oproepen over wat je met je leven wilt en aan het denken zetten. Ik wil een stuk maken
dat ik mooi vind. Voor deze productie heb ik ook over Een meeuw van Tjechow en Raak me aan van Ger Thijs gedacht. In overleg met Artistiek werd het Gras.

Waar draait het om in Gras?
Het is een zwarte komedie over de constructie van het familieleven. Een gezin van vier mensen, vader, moeder, een al uithuis wonende dochter en een zoon die niet helemaal goed is. Ze gaan nog één keer voor de gezelligheid met zijn allen naar de camping in Frankrijk. Voor de dochter is het niet zo vanzelfsprekend. De doelstelling ‘voor de gezelligheid’ mislukt totaal. Dat kan ook niet in op een terrein vol met caravans en tenten. De ruimte is te beklemmend. Het draait om de vraag of een familie een vanzelfsprekende eenheid is, die altijd goed met elkaar kan opschieten. Of toch niet? De karakters analyseren elkaar messcherp. Ze zeggen, wat ze denken. Ze halen elkaar onderuit, niet altijd expres. Het legt het radarwerk van de verhoudingen bloot. Ik hoop dat de kijker er over na gaat denken hoe zijn familieverhoudingen zijn, dat familie zijn niet een vanzelfsprekende eenheid is. Het kan helemaal uit de hand lopen.

Hoe ligt bij jou de verhouding tekst en vormgeving?
Ik ben heel talig. De taal is een sterke ingang voor dit stuk. Het drijft op het ritme van de tekst en wat de mensen zeggen. Esther Gerritsen schrijft sterk, snel en menselijk. Met een paar pennenstreken zet ze iemand neer. De tekst is de basis, de ingang om dingen te doen. Later komt het plaatje, komen er beelden naar voren. Hoe kan ik voor verrassingen zorgen, maken dat het plaatje niet bij de tekst klopt. De tekst is het vehikel, de rest komt er uit voort.
Alleen vorm heeft mijn interesse niet.

Waar let je op bij de auditie?
Voor de vier rollen kwamen twintig mensen! Ik heb vooral gekeken hoe ze met de tekst omgingen. Kunnen ze de tekst levend maken? Naar de combinatie van tekst en handeling.
Daarvoor had ik voorwerpen aan de zijkant liggen. Wat doen ze terwijl ze de tekst uitspreken?
Kunnen ze contrast maken. Het mag uitvergroot worden, maar moet wel uit hen zelf blijven komen. Liever geen gespeelde lagen. Kunnen ze klein beginnen? Het mag groot, maar het moet echt zijn.

Hoe verloopt het repetitieproces?
In het algemeen goed. Zoals altijd vinden we dat we tijd tekort hebben. De basis is er. We hebben de tekst uitgebreid behandeld, de rest komt - tot nu toe- min of meer vanzelf. Het is fijn om te zien dat het klopt. Ik hoop dat als het speelt er een echte familie staat waarin mensen zich herkennen tijdens een mooie broze voorstelling.