Taal is een beperkt middel
Jan Joost Aten is een veelzijdig theatermaker. Als speler schitterde hij in Imperium producties met de rollen Edwaar the King, Caligula en Petrucchio. De adhoc producties waarin hij speelde Zullen we het liefde noemen en Onder Mannen haalden de Engelenbak. Zijn muzikale talenten bleken in zijn rol als pianist in De Koning Sterft en bij de lustrumproductie Making L. Zijn regie debuut maakte hij met Twee Vrouwtjes. Daarna imponeerde hij in 2010 met Gras. Nu regisseert hij voor de tweede keer bij Imperium de februariproductie De Lange Nasleep van een Korte Mededeling van Magne van der Berg.
Door Riekje Renes
Zijn belangstelling voor theater begon halverwege de middelbare school. De leraar Engels nam zijn leerlingen vaak in een bus mee naar het Appeltheater. Dat opende een wereld voor Jan Joost. Hij werd op theatergebied zeer actief en speelde in veel stukken o.a The Beggars Opera. In zijn studietijd raakte het theater wat ondergesneeuwd door andere interesses. Na zijn studie pakte hij het weer op en kwam hij in 2004 bij Imperium. Als nieuwkomer kreeg hij van Stephan W. Zeedijk meteen een rol in Edwaar en Risjaar. Zijn theaterbloed begon weer te stromen. Hij speelde prachtige rollen, maar was ook hoofd van de PR en één van de Lustrumorganisatoren.
Hij volgde de driejarige parttime opleiding op de Lucas Borkel acteurschool. Dat zoog hem nog verder de theaterwereld in. Hij leerde zien wat werkt en niet werkt bij acteren en de techniek om dat beheersbaar te maken. Als experiment ging hij in op het verzoek van Laurike om Twee Vrouwtjes te regisseren. Het werd een succes. Regie smaakte naar meer. Hij mocht van Artistiek Gras van Esther Gerritsen op de planken brengen. Het succes van Gras zette regisseren bij andere gezelschappen in beweging. Bij Litteris Sacrum bracht hij Ibsens Bouwmeester Solness en bij Toverlei gaat hij Een Meeuw van Tjechow brengen. Hij is betrokken bij de theaterminor van de opleiding communicatie op de Hogeschool Leiden. Verder steekt hij zijn voelhorens uit voor opdrachten bij studentengroepen.
Wat doe je liever spelen of regisseren?
Ik vind het allebei even leuk. Ik kan me zelf in beide vormen van theatermaken kwijt. Als ik gespeeld heb, wil ik weer regisseren en na een regie wil ik weer spelen. Spelen is op de vloer staan, niet op afstand naar het proces kijken. Het beurtelings aan beide kanten staan beïnvloedt elkaar wel. Als regisseur kan ik me beter met de speler en zijn conflicten identificeren. Als speler kan je je beperken tot je eigen rol, maar ben ik me ook bewust welk onderdeel van het totaal ik ben. Ik heb met veel plezier bij Ruud Wessels en Mirjam Douma in de Haagse tramremise in Plastische Vervorming gespeeld en bij Imperium in Het Temmen van de Feeks. Met Lidewij en Laurens onder regie van Jules Noyons speel ik in november 2012 een adhoc in Imperium: De kus van de weduwe van de Amerikaan Israel Horowitz. We willen het stuk in meerdere theaters spelen. We komen in december in de Engelenbak.
Met Erik Siebel ontwikkel ik een project dat of in Imperium of bij het Plantsoentheater wordt gebracht.
Is theatermaken je beroep geworden?
Het was allang de hobby voorbij. Tot nog toe was ik nog voor drie dagen bedrijfsjournalist bij Maters en Hermsen. Vanaf 1 februari heb ik mijn baan opgezegd en word ik zzp-er. Ik hoop genoeg brood op de plank te kunnen krijgen met acteren, regisseren, schrijven en vertalen. Ik ben al werkzaam als trainingsacteur bij assessments en psychologische workshops. Ik vertaalEngelse scripts voor de televisie en film, vooral kinderseries. Als journalist blijf ik losse artikelen schrijven.
Wat is voor jou de kern van theatermaken?
Een stuk maken waarin een conflict wordt uitgespeeld. Het stuk moet wrijving oproepen. Het moet iets met je doen als publiek. Het moet geen vrijblijvend vermaak zijn. Een voorwaarde voor mij is dat de acteurs op natuurlijke wijze bewegen en spreken. Het moet logisch zijn, wat ze staan te doen. Je moet een illusie creëren die klopt.
Wat bepaalt de keuze van je stukken?
Het moet gaan over communicatie. Of beter het gebrek er aan, de miscommunicatie. Hoe mensen kunnen hakketakken, hun best doen om elkaar te bereiken en begrijpen. Maar het lukt niet. Iemand zegt iets, maar de ander hoort iets anders. Het ene zeggen, maar het ander doen.
Het is fascinerend, wat er dan gebeurt, wat daar uit voortvloeit.
Dat zat in Gras, ieder lid van de kamperende familie zat op een ander spoor. Bij De Meeuw is het ook nog eens een generatie conflict. In Bouwmeester Solness werd helemaal niet meer gepraat.
Wat is de kern van De Lange Nasleep van een Korte Mededeling?
Miscommunicatie speelt een grote rol. De groep van vier goede vrienden Jon, Sjon, Johan en Louise wordt uit elkaar gegooid door de mededeling van Jon, dat hij vertrekt. Lukt het hun vriendschap in stand te houden? In de korte vrij kale dialogen tussen hen zoeken ze naar hun onderlinge verhouding. De confrontatie in hun gesprekken is een wereld op zich. Kern daarbij
is: wat zegt de één en wat denkt de ander. Wat gebeurt er elke keer als de verschillende personages elkaar ontmoeten? Langzaam verschuiven de verhoudingen en hun gevoelens ten opzichte van elkaar. Het zijn allemaal kleine sneeuwvlokjes die bij elkaar een lawine veroorzaken. Iedere mededeling roept een nieuwe vraag op. De vraag is terecht, maar wordt niet volledig beantwoord. Taal is een beperkt middel. Zender en ontvanger zijn allebei gemankeerd. Dat geeft niet ingeloste verwachtingen. Het gaat over de pijn die ze elkaar aandoen door iets niet of juist wel te zeggen. Dat geeft een verwoestend effect, er ontstaat desintegratie door miscommunicatie.
Wat wil je op de kijker overbrengen?
Ik hoop dat de kijker de pijn meeneemt. Zich zal afvragen, hoe hij zelf in het dagelijkse leven communiceert. Of dat, wat hij zegt, ook aankomt. Wat doen mijn woorden? Verbaal maar ook non-verbaal.
Hoe ligt bij jou de verhouding tekst – vormgeving?
Er zit heel veel in de tekst. Tekst en spel zijn het belangrijkst. Korte flitsende dialogen die ik ook fysiek uitgespeeld wil hebben. Vormgeving moet bij mij functioneel zijn, die moet ten dienste staan van wat er gebeurt. Nooit meer dan strikt nodig is. Kaalheid heeft elegantie. In dit stuk is de vormgeving gericht op het vergroten van de eenzaamheid van de personages. Het moet een plek creëren, waar je niet wil zijn. Tekst en spel vormen de basis van elk stuk. Decor is de kers op de taart.
Welke kwaliteiten zocht je op de auditie?
In het ruime aanbod van goede spelers heb ik gezocht naar spelers die een goede verhouding lieten zien tussen innerlijk gedreven spel en de fysieke uitstraling daarvan. Ik wil een combinatie van inleving en uiting met het lichaam. De begrijpende emotie moet ook met het lijf worden vormgegeven. We moeten kunnen zien wat de personages doormaken en waarom.
Het publiek moet met hen kunnen meeboksen, moet midden in het conflict komen te staan.
Waar werk je aan in het repetitieproces?
De tekst is vrij open geschreven. We hebben eerst manieren onderzocht om de karakters te interpreteren. Wat zegt het personage en waarom? Daarna hoe je dat fysiek neerzet, hoe zeg je het met je lichaam? Gebruikmaken van gebaren, mimiek en het hele lichaam. De bommetjes in de tekst moeten uitgespeeld worden. Er moet een balans komen tussen niet te groot en niet alleen van binnen uit spelen. Te sterk met het lichaam wordt clownesk. Het is een tragikomedie, het mag geen melodrama worden. Het moet lichtvoetig blijven. Dat maakt het des te schrijnender. We moeten ook in de tekst de kaalheid opzoeken. Hoe eenvoudiger, hoe sterker. Voor we beginnen drillen we de tekst met eindeloos herhalen om houvast te krijgen. De blokjes tekst lijken identiek, maar zijn het niet. Er is een langzame verschuiving. We bouwen lijntjes tussen de scènes. Om bewust te zijn van wat er is gebeurd en wat nog moet komen. We werken nu vooral om het strak te krijgen. Ik leg de lat hoog.
Tenslotte….
Het moet op de vloer met de spelers gaan gebeuren. Ik vond het gaaf om er mee bezig te zijn. Het proces was soms frustrerend, maar vaak ook heel spannend omdat we met tekst én fysiek bezig zijn. Ik hoop dat het een voorstelling wordt waar van het acteren valt te genieten.

